Om te kunnen begrijpen wat het syndroom van Down is moeten we weten dat ons lichaam bestaat uit allemaal cellen, in die cellen zitten kernen en in die kernen zitten chromosomen.
Die chromosomen bevatten de informatie over onze eigenschappen, hoe klein of hoe lang we zijn, krulhaar hebben of steil haar, blauwe of groene ogen hebben, we een man of vrouw zijn. Een kern bevat normaal 46 chromosomen. Bij iemand met het syndroom van Down zijn dat er niet 46 maar 47 chromosomen. Kinderen worden met dit syndroom geboren. Ze zien er vaak een beetje anders uit als andere kinderen, hebben vaak wat lichamelijke problemen en ontwikkelen zich wat langzamer dan andere kinderen. Ook leren gaat wat moeilijker. Ongeveer de helft van de kinderen met het syndroom van Down hebben ook hartproblemen. Vaak kunnen die wel geopereerd worden.
Deze kinderen werden vroeger Mongooltjes genoemd. Helaas gebeurt dat nog steeds. Dat kwam omdat hun gezicht een beetje lijkt op de gezichten van mensen die uit Mongolie komen. Syndroom van Down is genoemd naar een dokter Down, die het syndroom als eerste beschreven heeft.